Een eigenschap van mezelf vind ik best wel raar… Ik vind namelijk dat ik soms ongepast nieuwsgierig ben. Het volgende is het geval. Als ik sirenes hoor, denk ik “Wat is er gebeurd?” Op zich is die gedachte niet zo raar, zou je zeggen. Ik wil er echter dan meteen achteraan. Achter die ambulance of politiewagen aan. En zien wat er aan de hand is. Als mensen naar het ziekenhuis moeten wil ik mee. Niet zozeer omdat ik kan helpen, maar omdat ik gewoon nieuwsgierig ben. En ik heb daar niets te zoeken, natuurlijk. Ik zal alleen maar in de weg lopen. Bovendien is het een hoop gedoe, achter al die hulpdiensten aanrijden… Dus het blijft gelukkig bij de gedachte en de neiging. Er is dus prima mee te leven en niemand hoeft het te weten, toch?

Heb jij ook iets waaruit je nieuwsgierigheid blijkt? Vast wel. Misschien ook wel iets dat je liever niet wilt weten voor anderen?

Maar wist je dat functionele nieuwsgierigheid bij Motiverende gespreksvoering juist nodig is? Dan is het juist handig als je veel wilt weten. Dingen die niet zomaar worden uitgesproken, gedachten en voelens die onder de oppervlakte spelen bij je gesprekspartner. Als je daar nieuwsgierig naar bent en over in gesprek gaat, kan dat de ander enorm helpen.

Een ander woord is wellicht beter op z’n plaats hier: onderzoekend. Of we combineren het en zeggen: nieuwsgierig onderzoekend.

Je ontwikkelt bij Motiverende gespreksvoering je onderzoekende houding. Ik beschrijf in dit artikel drie manieren waarop je een onderzoekende houding kunt aannemen. En waarom die manieren werken. Als je wilt kun je ze meteen (meer) toepassen en testen of ze in jouw gesprek effectief zijn.

Achterover leunen

Vaak hebben we een drukke agenda en een afgepaste hoeveelheid tijd ingepland voor iemand. Rustig achterover zitten, voelt waarschijnlijk niet passend, want je moet door. De volgende staat al bijna weer voor de deur.
Echter… de gesprekspartner die nu voor je zit, zit daar niet voor niets. Iets maakt dit gesprek nodig. Bijvoorbeeld zorgen over het kind van een moeder waarmee je in gesprek bent. Of een man waarvoor huisuitzetting dreigt vanwege financiële problemen. Met je gesprek wil je een resultaat halen. En daar heb je die persoon voor nodig. Om met jou aan een oplossing te willen werken is het nodig dat jouw gesprekspartner jouw ook nodig heeft. Dat hij of zij jou als helpend ervaart. Niet iemand die alles voor hem of haar oplost, maar oprecht geïnteresseerd is in zijn of haar situatie. Je gesprekspartner wil graag serieus genomen worden. Zonder dat zal er geen beweging in positieve zin plaatsvinden, denk je wel?
Dus observeer je gesprekspartner eens. Wat voor iemand is het? Wat is belangrijk voor hem of haar? Waarom is hij of zij überhaupt gekomen?
En hoe handig is voor zo’n observerende houding dat je even achterover zit en even écht nieuwsgierig en onderzoekend kijkt?

Open vragen stellen

Bij veel gesprekken moet je gewoon ook een vragenlijst of een checklist invullen. Bepaalde gegevens zijn nodig om te noteren en te bewaren. Soms helpt het invullen van zo’n vragenlijst bij het maken van het eerste contact. Soms ook juist helemaal niet. Het hangt af van wat bij jou én bij je gesprekspartner past. Het is dus handig als je met de volgorde van zaken die je moet afwerken en bespreken kunt ‘spelen’. Dat je een aantal dingen misschien ook in een andere volgorde kunt doen. Gewoon omdat dat beter past bij deze persoon of situatie.

Ik noem dit, omdat checklists en vragenlijsten vaak gekenmerkt worden door gesloten vragen. Heel handig en nuttig voor het verkrijgen van die vaak praktische info. Voor het opbouwen van vertrouwen kan het stellen van teveel gesloten vragen echter dodelijk zijn. Met open vragen is het mogelijk om een ander niveau in het gesprek te krijgen. Open vragen geven iemand de gelegenheid te vertellen.

De theorie over het stellen van ‘open vragen’ ken je wellicht al op je duimpje. En toch herken je misschien wel de neiging om best snel ook gesloten vragen te stellen? Of dat je een open vraag stelt en meteen laat volgen door een gesloten vraag? Zoals in het volgende voorbeeld waarbij je in gesprek bent met een vader die z’n dochtertje eens per twee weken ziet en moeilijk contact met haar kan onderhouden:

“Welke leuke dingen heb je zoal ondernomen met je dochtertje? Nog naar de speeltuin geweest?”

In dit voorbeeld begin je met een open vraag die veel ruimte laat voor de vader om te vertellen. Misschien is hij wel met haar naar zijn moeder geweest waar hij al langere tijd niet meer komt. Of heeft hij haar geholpen bij haar huiswerk.

En heel begrijpelijk… in onze nieuwsgierigheid of haast, kunnen we soms het antwoord niet rustig afwachten. Zeker niet als er ook nog even een stilte valt. We geven dan al snel een optie in de vorm van een gesloten vraag.
Het kan in dit voorbeeld zo zijn dat de vader niets heeft kunnen ondernemen met zijn dochtertje, omdat hij niet wist hoe hij het aan moest pakken. En hij antwoordt nu maar snel ‘ja’ op je vraag ‘Nog naar de speeltuin geweest?’ Als hij het er liever niet over heeft is hij nu snel klaar. Maar is hij nu geholpen?

Luisteren

Door te besluiten om even zo min mogelijk vragen te stellen, dwing je jezelf om even écht te luisteren. Persoonlijk vind ik dat de lastigste vaardigheid. Terwijl het eigenlijk zo ongeveer de belangrijkste is… Dus dat is niet handig. Ik ben dan bang dat er stiltes vallen en bovendien dringt de tijd en moet ik door naar de volgende vraag. Herkenbaar?

Als je echter even niets vraagt en de ander de gelegenheid geeft om te vertellen, dan doet dat heel veel met jullie vertrouwensband. De kans dat de ander zich gehoord en serieus genomen voelt is dan vele malen groter.

En stiltes, die duren vaak korter dan je denkt. Mensen beginnen normaal gesproken altijd weer te praten. Als jij dan even niet begint met praten, kan die ander dat doen. Dat zal veel informatie opleveren. Informatie die voor jou als ‘nieuwsgierige onderzoeker’ belangrijk is voor het vervolg van het gesprek of het contact. En de ander doet nieuwe inzichten op. En daar gaat het tenslotte om.

Deze drie manieren zullen zowel jou als je gesprekspartner veel opleveren. Je stapt van je rol van deskundige over naar een houding van nieuwsgierige onderzoeker. Het zorgt er in ieder geval al voor dat niet alleen jíj aan het werk bent!

En dan denk je misschien…. “Dit is allemaal leuk om te lezen, maar ik heb niet de hele dag te tijd voor zo’n gesprek!”. Nou, laat dat nou de titel van mijn volgende blog zijn. Zo’n gesprek hoeft namelijk niet langer te duren dan een ‘gewoon’ gesprek om heel helpend te kunnen zijn.